Laat de natuur zijn werk doen

Ik sta je graag bij met mijn bescheiden kennis. Zonder opleiding is het vooral wat ik zelf gelezen en ervaren heb. Ik bezit dus geen encyclopedie in mijn hoofd.

Terwijl we samen groeien, ben ik blij dat je hier bent om deel uit te maken van dit verhaal.

Voorzie de juiste plaats

Elke plant heeft zijn voorkeursplek. Kijk na of je de juiste plant voor de juiste plaats hebt gekozen. Aantal uren zon, vochtigheid van de bodem en bodemrijkheid zijn de eerste kenmerken. Voor inheemse planten hoef je de grond niet bij te mesten: deze planten groeien van nature goed in onze bodem. Zorg eventueel dat het gras is weggehaald om een mooiere border te creëren, al is dit eerder afhankelijk van wat je zelf wil bereiken. Je kan met deze inheemse planten ook een wildere tuin nastreven: het voordeel van inheems zijn is dat deze planten hier goed gedijen en zich dus makkelijker vermeerderen.

Plant op de juiste hoogte

Als je de juiste plaats hebt voorbereid, kan je beginnen planten. Het is van belang dat je de juiste plantdiepte kiest. Probeer dezelfde diepte aan te houden als die waarop de plant in het potje zit. Als het goed is zie je ook verkleuring: bruine delen onder de grond, groene boven de grond.
Laat eventueel wat plaats tussen zodat ze zich naar volgende jaren toe kunnen vermeerderen.
Geef water bij zodat de wortels goed kunnen aarden.
Laat nu maar groeien!

Geniet van de kleuren

Veel uitleg hoeft dit niet: geniet van het kleurenspel en het leven dat een bloeiende inheemse plant met zich meebrengt!

Verzamel de zaadjes

Na de bloei vormt de plant vanzelf zaadjes. Laat de plant dus vooral gerust en laat uitgebloeide planten lekker staan. De zaadjes kan je oogsten. Je kan direct uitzaaien op de plaats waar je graag nieuwe plantjes krijgt: in de wilde natuur vallen de zaadjes immers ook gewoon op de grond. Je hoeft dus niet te wachten tot in de lente, zeker niet gezien sommige zaadjes een 'koude periode' nodig hebben voordat ze kunnen kiemen. Zorg er voor dat de zaadjes die je uitstrooit tussen andere planten, zeker op de grond terecht komen. Enkel daar kunnen ze kiemen.

Als ze niet te dicht op elkaar staan, laat uitgebloemde planten in de winter gewoon staan. Zij bieden schuilplaats aan tal van tuindiertjes en insecten. De kleine 'kriebeldiertjes' zorgen voor het verteren van de overblijfselen van de inheemse plant. Zo geeft de plant zijn voedingsstoffen terug aan de bodem. Enkel indien je ziet dat de bladeren te dicht op elkaar liggen en er kans is op rot, neem je de overgebleven resten weg.

Geef zaadjes in volle grond geen water: ze verdrinken snel en gaan dan rotten, of het kan zijn dat je ze wegspoelt. Gewoon lekker wachten tot er een regenbui passeert en de rest komt vanzelf.